Er was slechts kort bedenktijd nodig voor de staf
van de Amerikaanse
president, om te bepalen met welk ziekenhuis afspraken moesten worden gemaakt.
Bij een bezoek aan Nederland moet voor eventualiteiten onmiddellijk een operatiekamer,
chirurg en IC-bed beschikbaar zijn voor de machtigste man
van de wereld. Het is
niet ongevaarlijk om Amerikaans president te zijn. In het verleden zijn immers
al vaak gewelddadige aanslagen gepleegd op de president. En dan moet de beste
chirurg in het beste ziekenhuis voor hem klaar staan. Om dat alles nog even te
verifiëren en exact af te spreken stuurt de directeur
van de CIA vooraf zijn beste
mensen altijd naar het VUmc in Amsterdam. Zo ook in de tachtiger jaren
van de vorige eeuw toen de
oude papa president George Bush naar Nederland kwam. De CIA kwam met een zware
delegatie van vier mannen naar het VU ziekenhuis (zo heette het VUmc toen). Ze
liepen via de portiers in hun lange regenjassen, met donkere zonnebril en hun
Borsalino hoed ietsje scheef op hun hoofd en geheime oortelefoontjes in, naar
het kantoor van professor Den Otter, hoofd
van de afdeling
Chirurgie. Ze meldden zich bij zijn secretaresse en werden in de ruime kamer
van de professor
binnengelaten. Behoedzaam en met spiedende ogen zochten ze een strategisch
geplaatste stoel, altijd een oog op de deur houdend.
“Nice to meet you, professor” begonnen ze het
gesprek. “We know all of you and your staff”. Maar Den Otter was niet de
man om onder de indruk te raken van deze Mike Hammer types. In alle rust werden
de details in geval van een calamiteit besproken. Ze waren diep onder
de indruk van alle mogelijkheden
en de kwaliteit
van de
afdeling Chirurgie. Maar aan het einde van het gesprek bleef
natuurlijk wel de hamvraag over.
“Who is gonna operate on our president when something really happens?”
vroegen de Mike Hammers met donkere zonnebril. “We have some questions
for him” (in die tijd was de meerderheid
van de chirurgen nog
man). Onmiddellijk gaf professor Den Otter de opdracht aan zijn secretaresse om
het boegbeeld van zijn afdeling te bellen. De personificatie
van de ideale chirurg:
breed geschouderd, gespierde armen en vol van zelfvertrouwen. En vooral een man
met een vaste hand, oneindig veel charisma en gekleed in vlekkeloos driedelig
wit dat mooi afstak tegen zijn gebruinde gelaat. Die chirurg was Mister
Physical,
Johan van
Mourik. Een chirurg met een fabelachtige staat van dienst.
Gespannen keken de CIA geheimagenten naar de deur
van de kamer vande professor. De spanning
liep op. Plots ging de deur open en in oogverblindend wit schreed als in
slow-motion, chirurg van Mourik binnen. “What?” waren zijn enige woorden.
Verdwaasd keken de Mike Hammers naar de witte goddelijke figuur in de
deuropening. Ze zochten naar woorden. “There is nothing to ask” was hun enige
commentaar. Van Mourik kon weer naar de operatiekamer. (Met dank aan
René Leemans).