Leidraad Infectie behandeling tijdens SDD gebruik
Kweken
· Altijd start kweken (carrier state) van keel, anus/perineum/stomata, wonden (tenzij direct post-OK) en sputum.
· Surveillance: 2 keer per week op maandag en donderdag: keel en anus/perineum. Indien negatief 1 keer week.
· Overige kweken op indicatie.
Algemeen
· Indien tijdens surveillance de keel gram-negatieve staven, S. aureus of gist laat zien, dient de SDD frequentie naar 8dd te worden verhoogd, totdat ze negatief zijn.
· Indien tijdens surveillance het rectum/faeces gram-negatieve staven, S. aureus of gist laat zien, dient de SDD frequentie naar 8dd te worden verhoogd, alsmede een agressief laxeer-beleid.
· Het eindpunt van SDD is extubatie.
· Cefotaxim is het SDD antibioticum (3 dgn): preventie primair endogene infecties
· Ceftriaxon blijft het behandel-cefalosporine bij actieve infecties (zie onder)
Infecties
· Infecties zullen worden behandeld aan de hand van het boekje Antibiotica beleid 2003. Patiënten die tijdens opname worden behandeld met imipenem/cilastatine, meropenem, ciprofloxacine, ceftriaxon of ceftazidim zullen deze medicatie continueren en niet worden overgezet op cefotaxim in het kader van SDD.
· Het gebruik van kolonisatieonvriendelijke antibiotica zoals amoxicilline, penicilline derivaten, benzylpenicilline, piperacilline/tazobactam and amoxicilline-clavulaan zuur dient te worden vermeden en te worden vervangen door cefotaxim in het kader van de SDD ofwel ter behandeling van luchtweg infecties.
· Indien het microbiologisch onderzoek ongevoeligheid voor cefotaxim toont, dan kan geswitched worden naar cotrimoxazol, maar bij voorkeur niet naar extended-penicillines.
· Standaard Cefotaxim 4dd1gram gedurende 3 dagen, maar switchen naar ceftriaxon indien er verdenking is op een pneumonie of positieve (+++) sputumkweken (7 dagen vaak afdoende).
· Bronchopneumonie: Ceftriaxon, indien ‘hospital’ PPM of E. coli dan in combinatie met een aminoglycoside.
· Pseudomonas: ceftazidim/tobramycine.
· Atypische pneumonie: levofloxacine (1-2dd500 mg iv or po), erytromycine (4dd 500mg-1gr) of claritromycine (2dd500mg po).
· Sinusitis: drainage, start ceftriaxon/gentamicine gedurende 5 dagen. Aanpassing op geleide kweken: ‘Community’ PPM: ceftriaxon; ‘Hospital’ PPM: continueer combinatie therapie.
· UWI: Alleen therapie bij systemische verschijnselen. De CAD dient vervangen te worden na 24 uur behandeling. Cave exogene bron en vaginale fluor, dan ook vaginale supps.
· Sepsis eci: ceftriaxon/gentamycine, daarna aanpassing ogv kweken.
· Catheter sepsis: verwijder de lijn, het is zelden nodig systemische antibiotica te geven, tenzij bv postoperatief na klepchirurgie (vancomycine). Indien de temperatuur niet daalt na 24 uur, bloedkweken en behandelen.
· Intra-abdominale infecties: ceftriaxon/gentamicine/metronidazol (metronidazol slechts 3 dagen). Pre-emptive behandeling met fluconazol dient sterk te worden overwogen. Cave: blinde lissen, corpus alienum. Op indicatie tevens SDD suppositoria in vagina, rectum en stomata.
· Enterococcen: allereerst identificatie en eliminatie van de bron. Tevens vancomycine iv gedurende tenminste 5 dagen.